Hip, hipper, hipster - en walvissen
R E I Z E N
Franssprekend Canada heeft zowel een hippe metropool - Montreal - als een conservatief hinterland met een schitterende natuur te bieden. Van een stad vol hipsters naar ‘le Canada profond’ is maar een paar honderd kilometer, maar je komt er in een andere wereld. Dat rustig stukje Québec wordt momenteel verstoord door de G7-top in La Malbaie, maar het lijkt erop dat ze hier niet rouwig zullen zijn als Donald Trump er eerder de hielen licht.
Port du Persil, langsheen de Saint-Laurent.
|
![]() |
| Montreal, Rue Saint-Denis, il est cinq heures. |
Montreal (4,5 miljoen inwoners, de tweede stad van Canada na Toronto) is een kosmopolitische stad met een gevarieerde mix aan inwoners en een opvallende laid back atmosfeer. Rij een paar honderd kilometer naar het noorden, en je ruikt er de koemest tussen het natuurschoon van Charlevoix en het fjord van Saguenay. Want tussen de natuurparken door is dit vooral agrarisch gebied, waar in de
eerste plaats een heel speciaal Frans wordt gesproken – niet in een lokaal accent, maar veeleer een historisch Frans, zoals het gesproken werd in Frankrijk in de zeventiende eeuw.
Zowel de grootstad als het noorden van Québec zijn, op hun manier, indrukwekkend voor iemand van het oude continent die naar Canada trok om zijn dochter te bezoeken, maar ook om een frisse wind doorheen zijn hoofd te laten waaien.
![]() |
| Canada is ideaal als je even een frisse wind doorheen je hoofd wil laten waaien. Hier met zicht op de Saint-Laurentrivier. |
In 1759 vochten de Franse en Engelse legers een korte, maar heftige veldslag uit in de Plaine d’Abraham, net ten zuiden van Québec-stad. Beide bevelhebbers – de Brit James Wolfe en aan Franse kant Louis-Joseph, Marquis de Montcalm, lieten er het leven, maar wat telt is dat de Britten wonnen en dat de Fransen hun Canadese gebieden moesten afstaan aan The British Empire. Deze Franstalige gebieden werden afgesneden van hun thuisland, en de taal in deze kleine en vaak geïsoleerde gemeenschappen evolueerde veel minder dan in Frankrijk. Na een tijdje merk je een zekere systematiek in de taal. Woorden worden er veel meer samengetrokken: J’s'tanné (Je suis tanné); de a wordt vaak als o uitgesproken: - J’s'rai pô à’ fête à Laurô (Je ne serai pas à la fête à Laura); er komt een s tussen ‘tu’ en ‘ti’: tsirelire (tirelire); en, het meest opvallend, een z-klank tussen ‘di’ en ‘du (C’est dzur à dzire).
In Montreal leunt de taal nog het meest aan bij het officiële Frans, en er wordt hier ook veel meer Engels gesproken. De meeste Franstaligen beheersen het Engels uitmuntend en accentloos, en ze schakelen vaak moeiteloos van de ene naar de andere taal: ‘Je ne peux pas accepter ça, no way!’ Engelsen – die officieel een kleine 15 procent van de bevolking uitmaken – gedragen zich een beetje zoals vroeger de Franstalige bourgeoisie in Vlaanderen – ze spreken geen woord Frans en gaan ervan uit dat iedereen Engels spreekt.
Koud in mei
Montreal ligt op de vijfenveertigste breedtegraad, ongeveer op dezelfde hoogte als Milaan, maar het klimaat schommelt tussen een gematigd landklimaat en het subarctische klimaat. Dat wil zeggen: mooie zomers, maar koude en winderige winters. Vooral de wind zorgt ervoor dat de gevoelstemperatuur erg laag kan liggen. De herfst kan dan weer verrassend warm zijn, en veel Québecois vertelden ons dat juni én september de beste maanden zijn om deze streek te bezoeken, omdat het dan ook veel minder druk is. Bij onze aankomst, begin mei, waren alle bomen nog kaal, maar toen we twee weken later vertrokken was de natuur in overdrive geschakeld, en was de Mont Royal, het grote stadsbos van Montreal, één en al groen.
De voorbije winter was barkoud, met temperaturen tot -30 graden. Dan is het goed te weten dat er een cité souterrain bestaat, een ondergrondse stad waar je kunt cruisen van de ene naar de andere shopping mall via de (goedkope) metro.
![]() |
| Petit Saguenay. In mei kan de temperatuur vlot boven de 20 graden gaan (niet toen deze foto werd genomen!), maar de sneeuw houdt goed stand. |
Net als New York heeft Montreal zeer diverse wijken met een eigen persoonlijkheid. Zo is er Le Vieux Port, die erg Europees aandoet, en die contrasteert met Downtown met zijn modernistische en postmoderne hoogbouw. Lachine is niet de Chinese wijk (die ligt langsheen de Rue Saint-Laurent), wel de buurt langs het kanaal waarmee in de negentiende eeuw de stroomversnellingen in de SaintLaurent werden vermeden, en waar het nu heerlijk wandelen en fietsen is. Le Plateau is nu een hippe wijk die wat doet denken aan Brooklyn, vol eettentjes. De uitgangsbuurt is Le Quartier des Spectacles, tussen Rue Saint-Denis en Rue Sainte-Cathérine, waar zich ook le Gay Village bevindt. Want Montreal moet zowat dé stad zijn van de holebigemeenschap, die zich duidelijk manifesteert, op een vriendelijke, alternatieve en nooit agressieve manier.
Als ik kijk naar de goedgevulde restaurants denk ik dat iedereen hier uit eten gaat. Eén van deze zaken, Crew Café, is gehuisvest in een indrukwekkend gebouw, eens de Bank of Canada. De hippe gasten zitten hier... wel, hippe dingen te doen op hun vooral iMacs en iPhones, bij een vegetarische hamburger of een gembersoepje . En dan zie ik dit: 'Men of this bank who gave their lives in the great war'. Ik tel 159 namen. En daarnaast zie ik nog zo een bord, met evenveel namen. Hoe groot moet deze bank niet geweest zijn? En ik zie ze voor mij, de klerken en loketbedienden, jongens van een jaar of 18 die ongetwijfeld dachten op een groot avontuur te vertrekken. Ze kwamen nooit terug van de Flanders’ Fields en de slachtvelden van de Somme.
![]() |
| Ooit een statige bank, nu Crew Café. Op een gedenkplaat 159 namen van jonge bankbedienden die niet terugkwamen van de Grote Oorlog. Rechts, buiten beeld, hangt een tweede plaat met evenveel namen. |
Stad van kerken
Toen de ontdekkingsreiziger Jacques Cartier hier in 1535 aankwam, noemde hij de heuvel die de stad nu beheerst Mont Royal, om zijn koning, François I, te eren. De stad werd officieel gesticht in 1642 door een groep vrome katholieken, en heette eerst Ville Marie, de stad van de Maagd Maria. Ville Marie is nu de naam van een gebouwencomplex, met een wolkenkrabber die in de jaren 60 de hoogste was van het Britse Gemenebest. De Chinees-Amerikaanse architect I. M. Pei (bekend/berucht van de piramide in het hart van het Louvre in Parijs) ontwierp de eerste modernistische hoogbouw in Canada voor de Royal Bank of Canada. Toen de bouwpromotor hoorde dat het in aanbouw zijnde gebouw van de Canadian Imperial Bank of Commerce (CIBC) net iets hoger ging worden, beval hij de architecten om in het grootste geheim vier etages toe te voegen. Daar bevindt zich nu het panoramische restaurant Les Enfants Terribles op de vierenveertigste verdieping. Neem de lift, en je komt op het observation deck met een weergaloos zicht op Montreal en de wijde omgeving. En zie je meteen hoe groen deze stad is.
In Montreal staan kerken zonder complexen naast wolkenkrabbers. Mark Twain verklaarde tijdens een lezing dat je in Montreal geen steen kunt gooien zonder het raam van een kerk te breken (“This is the first time I was ever in a city where you couldn’t throw a brick without breaking a church window”). Hoewel je voor sommige toch wel heel ver moet gooien, zijn er inderdaad opvallend veel kerken in Montreal. De mooiste zijn de Basilique Notre Dame, op mijn favoriete pleintje (Place d'Armes), de meest intieme zijn La Chapelle de Bon Secours en de kerk van Saint Georges. Bombastisch groot zijn dan weer de Basilique Marie Reine du Monde en het bedevaartsoord van Frère André (heilig verklaard in 2010), het Oratoire Saint Joseph.
![]() |
| Even omhoog kijken in de Basilique Marie Reine du Monde. |
Ten noorden van Montreal
Op zes uur rijden van Montreal, naar het zuiden, liggen Toronto en de Niagara Falls, maar wij kozen voor een trip naar het noorden, naar de mooie kust van Charlevoix en naar het fabuleuze fjord van Saguenay. Onderweg kun je Québec-stad bezoeken, maar wij kozen voor de natuur. Je kunt immers niet alles zien...
De Côte de Charlevoix - genoemd naar de 18de-eeuwse jezuïet en historicus Pierre François-Xavier de Charlevoix - nestelt zich langs de linkeroever van de Saint-Laurent, die begint aan de grote Amerikaans-Canadese meren en uitmondt in de Atlantische Oceaan. Vanaf Québéc-stad lijkt de Saint-Laurent meer op de zee dan op een rivier. Voor een groot deel slingert de weg zich langs de linkeroever, en dan krijg je prachtige vergezichten onderbroken door lieflijke dorpen en stadjes zoals Baie-Saint-Paul en La Malbaie, deze laatste zo genoemd ('de slechte baai') omdat Samuel de Champlain er in 1608 geen goede plaats vond om voor anker te gaan met zijn schip.
Zowel Baie-Saint-Paul als La Malbaie zijn uitstekend als uitvalsbasis voor de bergen van Charlevoix, ooit zo hoog als de Himalaya, maar door miljoenen jaren erosie blijft alleen maar de kern van het gebergte over, met pieken van amper een duizend meter hoog. Het is hier heerlijk wandelen - twee uitschieters zijn een tocht naar de Mont du Lac des Cygnes, en een trektocht in de Gorges de La Malbaie. In de zomer is de eerste wandeling relatief gemakkelijk, maar midden mei ligt er nog pakken sneeuw, waar je vaak tot aan de knieën inschiet en waardoor de wandeling toch nog moeilijk wordt. Onderweg kom je voorbij het wondermooie Lac Georges, dat nu nog gedeeltelijk bevroren was. In de Gorges de La Malbaie kun je de als moeilijk bestempelde wandeling 'Les Draveurs' doen, maar wij lieten ons afschrikken door het grote hoogteverschil (800 meter) én de sneeuw.
Het verstilde Fjord de Saguenay
Als je wat verder rijdt, kom je op de plaats waar de rivier Saguenay – ooit een gletsjer - zich stort in de Saint-Laurent.
Hier krioelt het van het leven in het water, zowel zoet (Saguenay) als zout (Saint-Laurent), en dat is de reden waarom je hier walvissen aantreft. De kleine, witte beluga's resideren heel het jaar in de Saguenayrivier, en zijn te bewonderen vanaf de oevers in Sainte-Cathérine, in Tadoussac, en dieper in het fjord, in Baie Sainte-Marguérite. Meer noordelijk, in Les Bergeronnes en Escoumins, kun je grotere walvissen zoals de gewone vinvis, de blauwe walvis of de bultrug zien vanop de oever.
Tijdens een drie uur durende cruise (70 Canadese dollar) vanuit Tadoussac zagen wij verschillende beluga’s en enkele dwergvinvissen (met toch nog een lengte van een achttal meter). De grotere walvissen komen hier de Saint-Laurent inzwemmen vanaf midden mei tot oktober. Het Centre d'Interpretation des Mammifères Marins van Tadoussac biedt een goed inzicht in het leven van de zoogdieren van de zee.
![]() |
| Het Fjord de Saguenay. |
Tadoussac is ook een gezellig dorpje, met het fabuleuze Hotel Tadoussac, de locatie voor de film The Hotel New Hampshire (1984), naar de roman van John Irving. Van hieruit kun je de noordkant van het Fjord de Saguenay bezoeken, met als aanrader Sainte-Rose-du-Nord.
Aan de zuidkant is Anse-Saint-Jean een goede uitvalsbasis, met als hoogtepunt de point de vue Anse de Tabatière. Voor deze plek hoef je geen uren te stappen - je kunt er gewoon met de auto naartoe. Anders is het gesteld met Eternité-Rivière, dat midden mei echter nog niet geopend was. Hier krijg je pas een zicht op het fjord na een flink eind stappen.
Het Fjord van Saguanay is een indrukwekkend wonder van verstilling, met zijn steile kliffen en onpeilbaar diep, donker water. Het is maar toegankelijk vanop enkele 'anses', of baaien, zoals in Saint-Jean of Sainte-Rose. Als je de weg naar (de stad) Saguenay neemt, kies dan de noordelijke route vanuit Tadoussac die loopt langs tientallen meren. Ook al krijg je het fjord niet te zien, de weg geeft een goede impressie van hoe ongerept en wijds Canada wel is. De mooiste plekjes vind je in het oosten van het fjord, en die zijn, zoals Michelin het steevast zegt: Vaut le voyage!
![]() |
| Anse Saint-Jean aan de zuidelijke oever; een riviertje stroomt in het fjord. |
***
Praktisch
Vliegen op Montreal kun je doen met Air Canada vanuit Zaventem of Parijs. Als je lang genoeg op voorhand boekt, vallen de prijzen reuze mee. Er is ook een lagekostenmaatschappij, Transat. Wij boekten onze zitjes via Connections in Sint-Niklaas.
In Montreal verbleven wij in de hotelschool L'Institut, in Rue Saint-Denis en dicht bij Le Plateau. Bijzonder leuk om door zeer ijverige studenten geholpen te worden. Ons tweede verblijf was in de Best Western Plus in Rue Sainte-Cathérine, een zakenhotel in de levendige en kleurrijke uitgaansbuurt Le Quartier des Spectacles. De prijzen schommelen sterk, afhankelijk van de periode van het jaar en van wanneer je boekt.
Baie-Saint-Paul is een wat chique gemeente langsheen de kust van Charlevoix. We logeerden er in de B&B A La Chouette, die zijn naam niet heeft gestolen. Uitzonderlijk lekker ontbijt met brood gebakken met bloem van de oude watermolen van Les Eboulements.
La Fjordelaise in Anse-Saint-Jean is een gîte, waar de gastvrouw 's avonds heel lekker kookt, en waar de missie van de echtgenoot erin bestaat om de glazen voortdurend bij te vullen met ijsgekoeld water. Gratis! (Overal krijg je trouwens automatisch gratis leidingwater.)
Hotel Tadoussac is een referentie in Tadoussac, met een graspartij die tot aan de zee lijkt te lopen. Je kunt er lekker eten tegen een schappelijke prijs, maar in de buurt is ook restaurant La Bolée aan te raden.
Alle prijzen zijn exclusief taksen en fooi. Reken voor dat laatste op 15 procent van de rekening vóór belastingen.
![]() |
| Erythronium grandiflorum of Avalanche lily., in het stadsbos le Mont Royal. Een teken dat de lente er uiteindelijk toch aan zat te komen. |
![]() |
| Place d'Armes met de Basilique Notre Dame. |
![]() |
| Downtown Montreal met een stukje Parijse flair. |
![]() |
| Meisjes doen wat meisjes overal doen: selfies nemen met een vriendin. Op het observation deck van Ville-Marie. |















Reacties
Een reactie posten